Een nieuwe wind
Joost van den Bogert, juni 2025
Een nieuwe wind
Joost van den Bogert, juni 2025
Er is tegenwind, veel tegenwind. De diaconie van Evangelisch-Luthers Haarlem/Amsterdam organiseerde met dat thema een mooie bijeenkomst rond Pinksteren 2025. Ons diaconale werk – zorg dragen voor kwetsbare mensen, er zijn voor mensen in nood, een Rode Lijn trekken voor mensenrechten – krijgt veel tegenwind. En ‘wij’ maar fietsen, met elkaar. Dat is wat we doen bij Stem in de Stad, vrijwilligers, gasten, taalcursisten, vluchtelingen die wij tijdelijk bed, bad, brood en begeleiding geven. En overal in de stad zien we mensen hard werken, in kerken, buurthuizen, van de partners bij het welzijnswerk van Buurts tot het Leger des Heils en alles daaromheen. Alles ondanks die maatschappelijke tegenwind. En toch…
Het is nog maar de vraag waar die tegenwind nu precies vandaan komt en in welke richting zij blaast. De secretaris, Martin Teunissen, vroeg me hierover na te denken, ik wilde daar graag over schrijven.
Natuurlijk is voor vluchtelingen zorgen tegen de wind in fietsen, nu er een kabinet was dat op wilde bieden tegen het asielbeleid van eind jaren ’30 van de vorige eeuw. Natuurlijk is afgedankte werkmigranten opvangen tegen de wind in fietsen, als deze mensen met duizenden tegelijk naar ons land worden gehaald, zonder een goed sociaal plan van de bedrijven die dat doen en die daarover liever zwijgen. En er is nog zoveel meer tegenwind tegen allerlei maatschappelijke betrokkenheid.
Maar die tegenwind heeft een diepere laag, een onderstroom die wat minder zichtbaar is en op veel verschillende momenten wel te onderscheiden valt.
Onderstroom
Die onderstroom werd bijvoorbeeld zichtbaar rond het afscheid van Pieter Omtzigt van de Tweede Kamer. Hij schreef in zijn afscheidsbrief onder andere: “De Kamer stelt dagelijks [verkeerde] prioriteiten. Deze Kamer ontploft met moties van wantrouwen als vijf lintjes onterecht niet door de ene minister afgetekend worden maar door een plaatsvervanger. De energie die daarin gaat zitten, gaat nog steeds niet in het oplossen van problemen zitten of het fixen van deze zelfgecreëerde monsterlijke bureaucratische systemen. Dat heeft mij vervreemd van het politieke proces en het dagelijkse mediaspektakel.”
Hij heeft ergens gelijk. Maar als je een spade dieper steekt, voel je de tegenwind. In het weigeren van vijf lintjes door een minister gebeurt iets veel diepers dan je kunt ‘oplossen’ met een ondertekening door een andere minister. Dat gaat over die tegenwind, en die onderstroom.
Later ging het over kinderen in asielzoekerscentra die niet naar de Efteling meer mochten. Ik noemde haar kleinzielig en achterbaks, in een appje naar een van haar ambtenaren (toevallig een familielid). Maar ook hier gebeurde iets méér dan ‘kleinzielig en achterbaks’, hier waaide ook die tegenwind.
Kort daarna sprak ik met een goede kennis, Suzan. Als kind is ze met haar familie gevlucht en uiteindelijk in Haarlem terechtgekomen, na een tijd als asielzoeker te hebben geleefd in Nederland. Uit interesse vroeg ik haar hoe ze het eigenlijk had met de berichten over de Efteling. De schellen vielen van mijn ogen: ze vertelde hoe ze als de dag van gisteren herinnert dat ze zich misschien wel voor het eerst echt een beetje Nederlands begon te voelen, en weer een beetje gewoon kind, toen ze met anderen samen een uitje naar een pretpark had. Gewoon even weg van de kamers van het azc waar ze werden opgevangen. De berichten over deze kinderen gingen over haar bestaansrecht – haar eigen leven kwam ter discussie te staan. Het is dan ook niet zomaar overdreven streng of ‘achterbaks en kleinzielig’. Er is meer te zeggen.
Er waait een diep gebrek aan medemenselijkheid, de tegenwind is een groot gebrek aan barmhartigheid, een gebrek aan eerlijkheid. En wat de tegenwind volgens mij nog steviger, of stormachtiger maakt, is het gebrek aan herkenning van die wind.
Luister eens goed naar Omtzigt en in zijn kielzog andere politieke leiders wanneer ze spreken over “oplossingen voor de mensen in het land”. Je hoort opnieuw dat gebrek aan diepgang, aan herkenning van welke wind er nu eigenlijk waait.
Een ander is mijn moeite niet waard
Bij de presentatie van een boek met de titel ‘Sommige mensen zijn te rijk – over wat gelijkheid echt betekent’ (auteur: Dick Timmer), hoor ik het gesprek inderdaad voor heel even gaan over vermogens, machtsverschillen en onrechtvaardige systemen. Maar binnen nog geen 10 minuten voeren we al het gesprek over de eigenlijke kern van die tegenwind: hoe kijken we naar een ander mens. Wat is ons onderliggende mensbeeld? – Is een ander überhaupt de moeite waard?
Een kerkbezoeker van een aan Stem in de Stad verbonden kerk zei tegen me over de steun aan het Kerkasiel: “Joost, er komen er toch gewoon teveel? Als het geen echte vluchtelingen zijn moeten we ze toch zo snel mogelijk terugsturen?” – Ik hoor het waaien: die ander is de moeite niet waard. Gooi die mensen op één hoop en wijs ze de deur vanwege de vermeende veiligheid, of volheid van Nederland.
In een interview op televisie kan een christen op Urk eerlijk toegeven dat ze gewoon niet gelooft dat er massaal kinderen worden vermoord in Gaza. – Ik hoor het waaien: die ander is mijn moeite niet waard. Offer het bestaansrecht van die ander maar op het altaar van ideologie en religieuze orthodoxie.
Ik denk ook aan de wekelijkse nieuwe gezichten bij Stem in de Stad. Dakloos geworden mensen die zich niet altijd menselijk behandeld voelen door een ambtenaar aan het loket, of door de absurd desolate plek waar zij worden opgevangen. – Ik hoor het waaien: die ander is de moeite niet waard, verward, onbegrepen en verslaafd als ‘ie is. De ander moet zich maar voegen, de regels volgen, of anders mag ‘ie geen zorg ontvangen.
Het is zaak om in de gaten te hebben welk mensbeeld ergens ‘waait’ en daarmee een bijbehorend wereldbeeld. Daar zit volgens mij de kern, de onderstroom van de tegenwind. Die onderstroom, dat mensbeeld, die visie op het goede leven kun je herkennen in anekdotes zoals hierboven, en veel breder in de samenleving. Je moet alleen wel tussen de regels door lezen en soms twee keer kijken.
Een nieuwe wind
En toen werd het Pinksteren – dat vieren we in de Grote of St. Bavo Kerk met vijf verschillende kerkgemeenschappen samen. Met Pinksteren, feest van de Heilige Geest, vierden we de nieuwe wind die door de wereld waait. In die viering vormen gasten, oudkatholieken, rooms-katholieken, protestanten, lutheranen en remonstranten samen één grote kring van honderden mensen.
Ik keek om me heen, en ik zag in die kring letterlijk de ongedocumenteerde vluchteling die we opvangen bij Stem in de Stad naast onze burgemeester Jos Wienen staan. Mensen van alle kleuren, geuren, overal vandaan die samen eten en drinken, elkaar een teken van vrede geven, en het verhaal doorvertellen van een nieuwe wereld die aanbreekt onder ons, van vrede, recht en vreugde.
Het raakte mij, zo’n ritueel dat een ander soort wind symboliseert. De eeuwen door hebben mensen in kerken die wind voelen waaien. Zéker, die wind is vaak tegengehouden, de kerk werd dan ‘winddicht’ gemaakt. Maar steeds weer opnieuw werden kerken plekken waar die wind van het goede leven haar weg vond.
In wat we diaconie noemen krijgt die wind mensen van hun plek. Je zou kunnen zeggen dat de diaconie de praktijkschool van de kerk is. Diaconie is het praktijkonderwijs waarin mensen gevormd worden in hun zoektocht naar het goede leven. Die vorming gebeurt op drie manieren vorm in de kerk: de kerk is een huis van verhalen, een praktijkschool van barmhartigheid en een gemeenschap die onze ‘bubbels’ doorbreekt.
Dat is wat mij betreft steeds een mooie lens op het leven: welke verhalen wil ik in wonen, welke oefeningen of concrete praktijken geef ik tijd en energie, van welke gemeenschap maak ik deel uit. Zo gesteld kun je dat dus breder nemen dan de kerk als zodanig, maar voor mij worden deze antwoorden gekleurd door de kerk, door wat daar te ontvangen valt aan vertrouwen, hoop en liefde.
Verhalen om in te wonen
Hierboven vertelde ik hoe de schellen van mijn ogen vielen toen ik Suzans verhaal hoorde over haar ervaring. Als zij geen deel was van mijn gemeenschap, zou haar verhaal nooit tot mij gekomen zijn. Als haar verhaal niet ook in mijn huis van verhalen had gehangen, had ik geen kennis over wat het betekent om vluchteling te zijn. Als ik niet in de praktijk had geleerd om open vragen te stellen en aandacht te hebben voor een ander, hadden we alleen gepraat over werkzaken, en geen echte ontmoeting gehad.
Een ander verhaal dat deel uit maakt van mijn verhalenhuis is Jezus’ verhaal over de barmhartige Samaritaan. Die Samaritaan overkomt wat velen herkennen: het begint met de ontmoeting met een ander in nood. Allereerst ziet hij de nood van een mens in de goot – zien we mensen in nood überhaupt? En dan laat hij zich raken – zorg begint in je onderbuik, bij de buikpijn om het onrecht of de onmacht die je tegenkomt. Om dan in actie te komen – hij zorgt voor de man, niet alleen, maar samen met een herbergier die zich ook inzet.
Oefenen met barmhartigheid
Elke dag zie ik mensen bij Stem in de Stad oefenen met barmhartigheid. Van taallessen tot persoonlijke begeleiding, van ontmoetingen in het Aanloopcentrum tot het sussen van conflicten, van schoonmaken na de maaltijd tot het uitreiken van iemands post, steeds weer mensen die zich inzetten voor een ander.
Barmhartigheid is geen theorie, het is praktijk. Barmhartigheid kan overal en op elk moment, of je nu bij een bank werkt of op de vuilniswagen staat, dit kan iedereen vormgeven in het leven. Iemand die eten nodig heeft moeten we gewoon te eten geven van de overvloed die we hebben in onze wereld. Iemand die aandacht nodig heeft, zoals we allemaal aandacht nodig hebben, die moeten we aandacht geven van de overvloed die we ontvangen hebben. Daarom draait het steeds opnieuw bij Stem in de Stad.
Gemeenschap vormen
Rondom die Jezus van Nazaret ontstaat er een gemeenschap, een best wel gestoorde en onverwachte verzameling van mensen. Denk maar eens aan twee mensen uit die club van twaalf leerlingen: Simon de Zeloot en Levi de tollenaar. Dat zijn letterlijk de belasting innende landverrader en de revolutionaire gewapende verzetsstrijder die met elkaar optrekken. Met elkaar verzoend, maar niet zonder ongemak, vormt hun wereldbeeld en mensbeeld zich in de gemeenschap rond Jezus. Dat die twee mensen samen het goede leven zoeken, dat is pas een nieuwe wind, zou ik willen zeggen.
Verhalen horen en verhalen delen, praktijken beoefenen, in actie komen, en deel zijn van een grotere gemeenschap: zo vormt zich de zoektocht naar een goed en gelukkig samenleven. Wat mij betreft mag die zoektocht steeds weer nieuwe wind in de zeilen krijgen. Want waar die wind waait gaan een burgemeester en een buitengesloten vluchteling samen eten en delen in dezelfde kring. Dat soort heilige momenten hebben we nodig, om even te ervaren waar het uiteindelijk allemaal om begonnen is. Ik verlang naar een eerlijke wereld, waar we onrecht aan de kaak stellen en we zorgen voor mensen in nood. Die wereld laat zich niet omver blazen door een beetje tegenwind – daar heb ik alle vertrouwen in.









